Als werkgever krijg je er vroeg of laat mee te maken: een werknemer vertrekt en heeft mogelijk recht op een transitievergoeding. Veel ondernemers weten dat die vergoeding bestaat, maar niet hoe je het bedrag berekent. Hoeveel betaal je bijvoorbeeld bij een werknemer die vijf jaar in dienst is geweest? Met de juiste formule reken je het zo uit.
De basisformule
De transitievergoeding bedraagt een derde maandsalaris per gewerkt dienstjaar. Dat geldt vanaf de eerste werkdag en wordt naar rato berekend voor gedeeltelijke jaren. Onder maandsalaris valt niet alleen het brutoloon, maar ook vaste looncomponenten zoals het vakantiegeld van 8 procent en eventuele vaste eindejaarsuitkering. Reken dus met het volledige bruto maandloon inclusief die toeslagen.
Rekenvoorbeeld bij 5 jaar dienst
Stel een werknemer verdient 3.000 euro bruto per maand. Inclusief 8 procent vakantiegeld is het maandloon voor de berekening 3.240 euro. Een derde daarvan is 1.080 euro per dienstjaar. Na vijf volle jaren komt de transitievergoeding dan uit op 5 maal 1.080 euro, oftewel 5.400 euro bruto. Heeft iemand bijvoorbeeld vijf jaar en drie maanden gewerkt, dan reken je die extra maanden naar rato mee.
Wanneer moet je betalen?
Je bent de transitievergoeding verschuldigd als het dienstverband op jouw initiatief eindigt, bijvoorbeeld bij ontslag of het niet verlengen van een tijdelijk contract. Ook bij ontslag via het UWV of de kantonrechter geldt dit. Zegt de werknemer zelf op, dan vervalt het recht meestal, tenzij dat komt door ernstig verwijtbaar handelen van jou als werkgever. Bij ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer zelf kan de vergoeding juist vervallen.
Let op het maximum en de details
Er geldt een wettelijk maximumbedrag voor de transitievergoeding, dat jaarlijks wordt aangepast; voor hoge salarissen kan ook een maximum van een bruto jaarsalaris gelden. Daarnaast mag je bepaalde kosten, zoals voor scholing of outplacement, onder voorwaarden in mindering brengen. Omdat de regels op details kunnen wijzigen, is het verstandig de actuele bedragen te checken op het moment dat het ontslag speelt.
Tot slot
Voor een werknemer met vijf jaar dienst reken je grofweg vijf keer een derde maandsalaris, in ons voorbeeld zo'n 5.400 euro bruto. Gebruik altijd het maandloon inclusief vakantiegeld en vaste toeslagen. Twijfel je over een specifieke situatie, leg de berekening dan voor aan je boekhouder of een arbeidsjurist voordat je een definitief bedrag toezegt.