Bij een winst van 120.000 euro betaal je in 2026 met een eenmanszaak ongeveer 43.000 euro aan inkomstenbelasting en Zvw-bijdrage, en met een BV die alle winst uitkeert ongeveer 41.000 euro aan loonheffing, vennootschapsbelasting en box 2-belasting. Het verschil is dus zo'n 2.000 euro in het voordeel van de BV, maar dat verdampt grotendeels door de hogere administratiekosten van een BV. Rond de 120.000 euro winst is het fiscaal dus nagenoeg gelijkspel. De BV wint pas duidelijk als je een flink deel van de winst in de vennootschap laat zitten, of als de winst verder doorgroeit richting 150.000 euro en meer.
De eenmanszaak bij 120.000 euro winst
Bij een eenmanszaak valt de volledige winst in box 1. Voordat de belasting wordt berekend, gaan er twee ondernemersaftrekken vanaf. De zelfstandigenaftrek is in 2026 afgebouwd naar ongeveer 1.200 euro, wat nog maar een schim is van de 7.280 euro van een paar jaar geleden. Daarna volgt de mkb-winstvrijstelling van 12,7 procent over wat overblijft. De rekensom:
- Winst: 120.000 euro
- Min zelfstandigenaftrek: 118.800 euro
- Min 12,7 procent mkb-winstvrijstelling: belastbaar inkomen ongeveer 103.700 euro
Over die 103.700 euro betaal je in 2026 belasting in drie schijven: ruim 35 procent tot ongeveer 38.900 euro, ruim 37 procent tot ongeveer 79.100 euro en 49,5 procent over de rest. Dat komt uit op ongeveer 41.200 euro. Daar gaat nog een restje arbeidskorting vanaf, bij dit inkomen zo'n 1.900 euro, want de algemene heffingskorting is bij ruim 100.000 euro al volledig afgebouwd. Blijft over: ongeveer 39.300 euro inkomstenbelasting. Vervolgens betaal je als ondernemer nog de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet van 5,26 procent over maximaal ongeveer 79.000 euro, ruwweg 4.150 euro. In totaal draag je als eenmanszaak dus circa 43.400 euro af en houd je netto ongeveer 76.600 euro over.
De BV bij dezelfde 120.000 euro winst
Bij een BV verloopt het geld via twee routes: je betaalt jezelf een salaris als directeur-grootaandeelhouder, en wat de BV daarna aan winst overhoudt, wordt belast met vennootschapsbelasting. Keer je die winst vervolgens uit als dividend, dan betaal je daarover nog eens box 2-belasting.
Stap 1: het DGA-salaris
De Belastingdienst verplicht een "gebruikelijk loon" dat in 2026 minimaal rond de 58.000 euro ligt, tenzij je aantoont dat een lager loon in jouw branche normaal is. Over 58.000 euro betaal je ongeveer 21.000 euro loonbelasting, maar bij dit inkomen krijg je nog een flinke arbeidskorting en een deel algemene heffingskorting, samen ruim 6.000 euro. Netto loonheffing: circa 14.900 euro. De BV betaalt daarnaast de werkgeversheffing Zvw van 6,51 procent over het loon, ongeveer 3.800 euro.
Stap 2: de vennootschapsbelasting
Na het salaris en de Zvw-heffing blijft er in de BV ongeveer 58.200 euro winst over. Daarover betaal je in 2026 het lage vpb-tarief van 19 procent, want je zit ruim onder de grens van 200.000 euro: ongeveer 11.100 euro. In de BV resteert dan 47.100 euro.
Stap 3: box 2 bij uitkering
Keer je die 47.100 euro volledig uit als dividend, dan betaal je in 2026 24,5 procent box 2-belasting over de eerste ongeveer 67.800 euro aan dividend, dus ongeveer 11.500 euro. Netto komt er dan 35.600 euro op je privérekening.
Optelsom voor de BV bij volledige uitkering: 14.900 plus 3.800 plus 11.100 plus 11.500 is ongeveer 41.300 euro. Netto houd je 58.000 min 14.900 plus 35.600 is ongeveer 78.700 euro over. Dat is zo'n 2.100 euro meer dan bij de eenmanszaak.
Waarom die 2.000 euro in de praktijk verdwijnt
Een BV kost meer dan een eenmanszaak. Je hebt een notaris nodig voor de oprichting, eenmalig 500 tot 1.000 euro. Je moet een jaarrekening laten opstellen en deponeren bij de KVK, een loonadministratie voeren voor jezelf als DGA en een aangifte vennootschapsbelasting doen. Reken op 2.000 tot 3.500 euro per jaar extra aan accountantskosten ten opzichte van een eenmanszaak. Daarmee is het fiscale voordeel van ruim 2.000 euro bij 120.000 euro winst vrijwel volledig weg. Bij volledige uitkering van de winst is de BV op dit niveau dus geen belastingbesparing, hooguit een neutrale keuze.
Waar de BV wél duidelijk wint
Het beeld kantelt zodra je de winst niet volledig uitkeert. Stel dat je van de 47.100 euro na vpb slechts 20.000 euro als dividend opneemt en de rest in de BV laat staan om te investeren, een buffer op te bouwen of later in een gunstiger jaar uit te keren. Dan betaal je dit jaar geen 11.500 maar ongeveer 4.900 euro box 2-belasting. De totale heffing zakt naar zo'n 34.700 euro, bijna 9.000 euro minder dan de eenmanszaak. Dat geld is niet belastingvrij, want bij latere uitkering volgt alsnog box 2, maar je bepaalt zelf wanneer en kunt het intussen renderend inzetten binnen de BV.
Ook bij een hogere winst loopt het verschil op. Bij 150.000 euro winst betaal je met een eenmanszaak al bijna alles boven de 79.000 euro tegen 49,5 procent, terwijl in de BV het lage vpb-tarief van 19 procent tot 200.000 euro doorloopt. Bij 150.000 euro winst en volledige uitkering is de BV al zo'n 5.000 tot 6.000 euro goedkoper, exclusief de extra kosten. Bij 200.000 euro is dat opgelopen tot meer dan 10.000 euro.
Andere redenen die niets met belasting te maken hebben
Een BV beschermt je privévermogen tegen zakelijke schulden, wat bij een eenmanszaak niet het geval is. Dat weegt zwaarder naarmate je grotere contracten aangaat of personeel in dienst hebt. Daar staat tegenover dat een DGA geen recht heeft op de fiscale oudedagsreserve en dat hypotheekverstrekkers bij een DGA vaak naar meerdere jaarrekeningen willen kijken. En voor wie in een BV zit en arbeidsongeschikt raakt: het gebruikelijk loon moet gewoon doorbetaald worden zolang je niet aantoont dat de BV dat niet kan dragen.
De rekensom onder de streep
Bij 120.000 euro winst in 2026 betaal je met een eenmanszaak circa 43.400 euro en met een BV bij volledige uitkering circa 41.300 euro. Trek daar 2.000 tot 3.500 euro extra kosten van af en de keuze is fiscaal een gelijkspel. Wie de winst grotendeels nodig heeft om van te leven, kan met een gerust hart in de eenmanszaak blijven. Wie 20.000 tot 30.000 euro per jaar kan laten staan, of verwacht binnen twee jaar boven de 150.000 euro winst uit te komen, doet er verstandig aan om met een adviseur de overstap door te rekenen, bij voorkeur nog in 2026 zodat de BV per 1 januari 2027 kan starten.