Sinds de invoering van het betaald ouderschapsverlof krijgen ouders van een kind onder de één jaar negen weken verlof met een uitkering van het UWV. De vraag die daarbij vrijwel altijd terugkomt: hoeveel houd je in die periode daadwerkelijk over? Het percentage is duidelijk, maar de rekensom zit anders in elkaar dan veel mensen denken.
70 procent van het dagloon, met een plafond
De uitkering bedraagt 70 procent van je dagloon. Dat dagloon is niet je huidige salaris, maar het gemiddelde loon dat je verdiende in het jaar voordat het verlof begint, omgerekend naar een dagbedrag.
Belangrijk is het maximumdagloon. De uitkering wordt berekend over maximaal 70 procent van het wettelijke maximumdagloon. Verdien je meer dan dat maximum, dan ligt jouw uitkering dus lager dan 70 procent van je werkelijke salaris. Voor een modaal inkomen speelt dat niet, maar bij hogere inkomens kan het verschil aanzienlijk zijn.
Een rekenvoorbeeld
Stel: iemand verdient 3.000 euro bruto per maand bij een fulltime dienstverband van 40 uur. Het dagloon komt dan uit op ongeveer 138 euro. Bij 70 procent levert dat zo'n 97 euro bruto per verlofdag op.
Neemt die persoon negen weken volledig op, dus 45 werkdagen, dan is de totale uitkering ongeveer 4.365 euro bruto. Over diezelfde periode zou het normale salaris ongeveer 6.230 euro bruto zijn geweest. Het verschil van zo'n 1.865 euro bruto is wat het verlof kost.
Aanvullingen door de werkgever
Veel cao's vullen de uitkering aan. In het onderwijs, bij de overheid en in delen van de zorg en de financiële sector wordt vaak aangevuld tot 85, 90 of zelfs 100 procent van het loon. Check dus altijd eerst je cao of arbeidsvoorwaardenregeling voordat je uitrekent wat het je kost, want dat scheelt in het voorbeeld hierboven al snel meer dan duizend euro.
Werkgevers vragen de uitkering aan bij het UWV, niet de werknemer zelf. De uitkering wordt in de meeste gevallen aan de werkgever betaald, die het bedrag vervolgens via de gewone loonstrook doorbetaalt.
De voorwaarden en de deadline
De negen weken moeten worden opgenomen in het eerste levensjaar van het kind. Neem je ze niet op vóór de eerste verjaardag, dan vervalt het recht op de uitkering. De resterende weken onbetaald ouderschapsverlof, in totaal 26 weken min de opgenomen betaalde weken, kun je nog wel tot de achtste verjaardag opnemen.
Je hoeft de negen weken niet aaneengesloten op te nemen. Spreiden mag, bijvoorbeeld één dag per week gedurende een langere periode. Wel geldt dat je minimaal één week opneemt voordat het UWV de aanvraag verwerkt, en dat een aanvraag achteraf per hele weken gaat.
Let op de gevolgen voor toeslagen
Een lager inkomen over het verlofjaar kan doorwerken in de kinderopvangtoeslag, huurtoeslag en het kindgebonden budget. Dat pakt meestal gunstig uit, maar geef de wijziging wel tijdig door aan de Belastingdienst om nabetalingen of terugvorderingen te voorkomen.
Kortom: reken op 70 procent van je dagloon, controleer of je cao aanvult en houd de eerste verjaardag van je kind scherp in de gaten als deadline.