Verlaagt of verlaagd: de regel, 't kofschip en voorbeelden uit werk en dagelijks leven

Verlaagt of verlaagd: de regel, 't kofschip en voorbeelden uit werk en dagelijks leven

Verlaagt schrijf je met een t als het een werkwoordsvorm in de tegenwoordige tijd is: hij verlaagt, zij verlaagt, de bank verlaagt de rente. Verlaagd schrijf je met een d als het een voltooid deelwoord is, meestal na een vorm van zijn, worden of hebben: de prijs is verlaagd, de rente wordt verlaagd, we hebben het tarief verlaagd. Het verschil hoor je niet, want een d en een t klinken aan het einde van een woord hetzelfde. Je moet dus kijken naar de functie van het woord in de zin. Is het de persoonsvorm bij hij, zij, het of u, dan is het verlaagt met t. Zegt het iets over een afgeronde handeling en staat er een hulpwerkwoord bij, dan is het verlaagd met d. Een snelle test: vervang het werkwoord door "verhogen". Hoor je "verhoogt", dan schrijf je verlaagt; hoor je "verhoogd", dan schrijf je verlaagd.

Wanneer schrijf je verlaagt met een t?

Verlaagt is de vorm voor de tweede en derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd. De stam van verlagen is verlaag, en bij hij, zij, het, u en bij jij achter het werkwoord komt daar een t bij. Dus: hij verlaagt, de gemeente verlaagt, u verlaagt, verlaagt u? Bij ik schrijf je alleen de stam: ik verlaag. Bij wij, jullie en zij in het meervoud gebruik je de infinitief: wij verlagen.

Let op de uitzondering met jij. Staat jij vóór het werkwoord, dan krijgt de persoonsvorm een t: jij verlaagt de prijs. Staat jij erachter, dan valt de t weg: verlaag jij de prijs? Die regel geldt voor alle werkwoorden en is een klassieke bron van fouten in mails en appjes.

Wanneer schrijf je verlaagd met een d?

Verlaagd is het voltooid deelwoord. Je gebruikt het om te zeggen dat iets gebeurd is of in een toestand verkeert: het salaris is verlaagd, de drempel wordt verlaagd, zij hebben de temperatuur verlaagd. Het voltooid deelwoord staat meestal achteraan in de zin en gaat samen met een vorm van hebben, zijn of worden. Soms staat het er ook zonder, als bijvoeglijk naamwoord: een verlaagd plafond, een verlaagde prijs, de verlaagde btw.

Waarom een d en geen t? Dat bepaalt het ezelsbruggetje 't kofschip, waarover hieronder meer. De stam verlaag eindigt op een g, en die letter zit niet in 't kofschip, dus het voltooid deelwoord krijgt een d. Vergelijk met "verlaagde" in de verleden tijd: hij verlaagde de rente. Daar hoor je de d duidelijk, en dat is een goede controle.

Hoe werkt 't kofschip bij verlagen?

't Kofschip is het ezelsbruggetje voor de spelling van de verleden tijd en het voltooid deelwoord van regelmatige werkwoorden. Je kijkt naar de laatste letter van de stam. Is dat een van de medeklinkers uit 't kofschip (t, k, f, s, ch, p), dan krijgt het werkwoord in de verleden tijd -te of -ten en in het voltooid deelwoord een t. Eindigt de stam op een andere letter, dan krijg je -de of -den en een d.

Bij verlagen is de stam verlaag. De g staat niet in 't kofschip, dus: verlaagde, verlaagden, verlaagd. Hetzelfde patroon zie je bij verhogen (verhoogde, verhoogd), bij betalen (betaalde, betaald) en bij bestellen (bestelde, besteld). De regel staat uitgebreid uitgelegd bij Onze Taal en in het advies van de Taalunie op taaladvies.net.

Welke voorbeeldzinnen maken het verschil duidelijk?

Een paar zinnen uit werk en dagelijks leven, met de juiste vorm:

  • De leverancier verlaagt per 1 januari zijn tarieven.
  • Onze tarieven zijn per 1 januari verlaagd.
  • De bank verlaagt de hypotheekrente met een kwart procent.
  • De hypotheekrente is opnieuw verlaagd.
  • Verlaagt u de temperatuur even? Het is hier te warm.
  • We hebben de thermostaat een graad verlaagd.
  • De gemeente verlaagt de maximumsnelheid in de wijk.
  • Een verlaagd plafond maakt de ruimte knusser.

Zie je het patroon? Staat er een onderwerp dat op dit moment iets doet, dan verlaagt. Staat er is, wordt, hebben of beschrijft het woord een eigenschap, dan verlaagd.

Welke fouten worden het vaakst gemaakt?

De meest voorkomende fout is "is verlaagt" of "wordt verlaagt". Na een vorm van zijn of worden volgt vrijwel altijd een voltooid deelwoord, dus daar hoort verlaagd. De omgekeerde fout, "hij verlaagd de prijs", komt net zo vaak voor: hier is verlaagt de persoonsvorm en hoort er een t. Een derde valkuil is "verlaagdt" met dt. Die combinatie komt alleen voor bij werkwoorden waarvan de stam al op een d eindigt, zoals worden (hij wordt) of vinden (hij vindt). Verlagen hoort daar niet bij.

Twijfel je in een mail of offerte, gebruik dan de vervangtest met verhogen of met een ander werkwoord waarvan je de vorm zeker weet, zoals lopen: hij loopt (t) tegenover hij is gelopen (voltooid deelwoord). Werkt lopen op die plek als persoonsvorm, dan schrijf je verlaagt. Werkt gelopen, dan verlaagd. De officiële spelling van alle vormen vind je in de Woordenlijst Nederlandse Taal.

Hoe zit het met verlaagde, verlaging en lager?

Rond verlagen zitten nog een paar vormen die je in zakelijke teksten vaak nodig hebt. Verlaagde is de verleden tijd (hij verlaagde de prijs vorige maand) en ook het verbogen voltooid deelwoord (de verlaagde prijs). Verlaging is het zelfstandig naamwoord: een verlaging van de btw, een loonsverlaging. En lager is simpelweg de vergrotende trap van laag: de prijs is lager dan vorig jaar.

Schrijf je veel offertes, nieuwsbrieven of klantmails, dan loont het om de werkwoordspelling een keer goed door te nemen. Een spellingfout in "wij hebben onze prijzen verlaagd" is jammer als je juist een goede boodschap brengt. Oefenen kan gratis met de spellingtests op beterspellen.nl. En de kern onthoud je zo: verlaagt doet iets nu, verlaagd is al gebeurd.